6.5 Toetsingsgronden

6.5.1 Goedkeuring door de rechter (tot 1 januari 2012)

Het maken of wijzigen van huwelijkse voorwaarden tijdens huwelijk behoefde tot 1 januari 2012 de goedkeuring van de rechtbank (art. 1:119 lid 1 oud). De procedure bij de rechtbank moest worden ingeleid met een verzoekschrift (art. 261 Rv en art. 1:119 lid 1, tweede en derde zin).

De gehele of gedeeltelijke goedkeuring werd slechts geweigerd, indien gevaar voor benadeling van schuldeisers bestond, of indien een of meer voorwaarden strijden met dwingende wetsbepalingen, de goede zeden of de openbare orde (art. 1:119 lid 2). Deze opsomming van weigeringsgronden is limitatief.
Aanvankelijk diende de rechter de goedkeuring ook te weigeren bij het ontbreken van een redelijke grond voor het maken of wijzigen van huwelijkse voorwaarden (art. 1:119 lid 3 oud). Deze grond is met de wijziging van de wet van 31 mei 2001 per 22 juni 2001 al vervallen.
Huwelijkse voorwaarden staande huwelijk waren nietig zonder rechterlijke goedkeuring. Deze nietigheid bestond zowel extern als tussen de echtgenoten onderling. Conversie is niet aan de orde (HR 2 mei 1986, NJ 1987/353).
De goedkeuring had een beperkte betekenis en betrof slechts het aangaan van de huwelijkse voorwaarden. Ondanks de goedkeuring blijven voorwaarden die in strijd zijn met dwingend recht nietig en blijft aantasting van de huwelijkse voorwaarden op grond van wilsgebreken of de actio pauliana mogelijk.

6.5.1.1 Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen: afschaffing rechterlijke goedkeuring

Op 1 januari 2012 is de Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen in werking getreden (Wet van 18 april 2011 tot wijziging van de titels 6,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.