12.4 Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978

12.4.1 Algemeen

Hierna wordt kort aandacht besteed aan het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en Afdeling 3 van Titel 3 Boek 10 BW inzake het conflictenrecht huwelijksvermogensregime. Deze afdeling vervangt per 1 januari 2012 de Wet conflictenrecht huwelijksvermogensregime.

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en Afdeling 3 van Titel 3 Boek 10 BW hebben uitsluitend betrekking op huwelijken gesloten op of na 1 september 1992. Ten aanzien van alle huwelijken gesloten voor deze datum blijven de regels van het Haags Huwelijksgevolgenverdrag 1905 en de commune verwijzingsregels in beginsel onverminderd van kracht. Op dit uitgangspunt worden twee uitzonderingen gemaakt. Art. 21 lid 1 van het verdrag bepaalt namelijk dat echtgenoten die voor de inwerkingtreding van het verdrag zijn gehuwd, gebruik kunnen maken van de door het verdrag geboden mogelijkheid tot het uitbrengen van een rechtskeuze staande huwelijk. Een tweede ‘oneigenlijke’ uitzondering wordt gemaakt door art. 10:53 BW, waarin rechtskeuzen uitgebracht voor 1 september 1992 worden geheeld.

De verdragsregeling bevat een compromis tussen woonplaats- en nationaliteitsaanknoping. De objectieve verwijzingsregel van het verdrag is daardoor bepaald niet eenvoudig geworden, hetgeen nog verder is gecompliceerd door het voorbehoud van art. 5 dat Nederland bij ratificatie heeft gemaakt.

12.4.2 Het toepassingsgebied van het verdrag

Het verdrag heeft een zogenaamd universeel formeel toepassingsgebied (art. 2). Dit betekent dat de regels van het verdrag van toepassing zijn, ongeacht de vraag of het toepasselijke recht het recht is van een verdragsstaat of niet, en ongeacht de vraag of de nationaliteit of de gewone verblijfplaats van de echtgenoten die is van een verdragsstaat.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.