12.3 De commune verwijzingsregels; Chelouche/Van Leer en Tan/Bavinck

Valt een voor 10 december 1976 gesloten huwelijk buiten het formele toepassingsgebied van het Haags Huwelijksgevolgenverdrag 1905, dan zijn de Chelouche/Van Leerregels met de zogenoemde Tan/Bavinck-uitzondering van toepassing. De verwijzingsladder uit het Chelouche/Van Leer-arrest luidt als volgt:

Het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten wordt in beginsel beheerst door:
a. het door hen aangewezen recht (rechtskeuze); bij gebreke hiervan door
b. hun gemeenschappelijke nationale wet ten tijde van huwelijkssluiting; bij gebreke hiervan door
c. het recht van hun eerste huwelijksdomicilie; bij gebreke hiervan door
d. het alle omstandigheden in aanmerking genomen met de echtgenoten nauwst verbonden recht.

Bijzondere omstandigheden kunnen evenwel aanleiding geven om van de vorenstaande verwijzingsladder af te wijken. Zijn de echtelieden er, bijvoorbeeld op grond van een ten tijde van huwelijkssluiting gegeven advies, van uitgegaan dat een andere conflictregel het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht bepaalde (men ging bijvoorbeeld uit van de toepasselijkheid van de nationale wet van de man) en hebben zij dientengevolge hun vermogensrechtelijke voorzieningen daarop afgestemd, dan brengt de redelijkheid en de billijkheid mee dat die andere conflictregel zal moeten worden toegepast, aldus de Hoge Raad in het zogenoemde Tan/Bavinck-arrest (HR 7 april 1989, NJ 1990/347; ook wel Sabah-arrest genoemd).

Heeft een echtgenoot geen werkelijke band meer met zijn vaderland dan mag geen realiteitstoets worden aangelegd. Er moet derhalve worden uitgegaan van deze nationaliteit. Ook in het geval een echtgenoot meerdere nationaliteiten heeft mag geen effectiviteitstoets worden aangelegd. In dat geval zullen bij de toepassing van de tweede trede van de verwijzingsladder alle nationaliteiten in aanmerking moeten worden genomen (zie voor beide situaties HR 6 december 1991,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.