10.6 Executele en afwikkelingsbewind

10.6.1 Algemeen

De executeur en de afwikkelingsbewindvoerder zijn beiden sleutelfiguren bij de boedelafwikkeling in het nieuwe erfrecht.

De executeur met beheer kan, in tegenstelling tot de executeur met bezit in het oude erfrecht, die voor zijn functioneren van de legitimarissen afhankelijk was, na aanvaarding van de benoeming zonder meer aan de slag gaan met zijn voornaamste taak, het voldoen van de schulden der nalatenschap.

Met het nieuwe fenomeen van de afwikkelingsbewindvoerder, ontwikkeld dankzij het feit dat het erfrecht nu eindelijk een goede regeling van het testamentair bewind kent, kan tegemoet worden gekomen aan de wens van vele testateurs om een ‘super-executeur’ te benoemen. Men neemt aan dat aan de afwikkelingsbewindvoerder de bevoegdheid kan worden toegekend om nalatenschapsgoederen te vervreemden ook zonder dat daartoe in het kader van de voldoening van de schulden der nalatenschap de noodzaak bestaat, en zelfs acht men het mogelijk dat de afwikkelingsbewindvoerder, desnoods zonder medewerking van de erfgenamen, de verdeling van de nalatenschap tot stand brengt.

Hanteert men de terminologie van B.M.E.M. Schols, dan is de executeur zonder beheer een executeur met één ster, de executeur met beheer (het standaardtype) heeft twee sterren, en de afwikkelingsbewindvoerder wordt als drie-sterren-executeur aangeduid.
Tussen de tweede en derde ster wordt de ‘inferioriteitsgrens’ overschreden, waarover nader onder 10.6.2.1 en 10.6.3.1. De terminologie van Schols is in zoverre juridisch niet zuiver, dat een afwikkelingsbewindvoerder in feite geen executeur is (afdeling 4.5.7 in plaats van 4.5.6), maar maakt de materie wel zeer hanteerbaar.
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.