10.4 Legaten

10.4.1 Wat is een legaat?

De wet omschrijft het legaat in art. 4:117 BW als een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan een of meer personen een vorderingsrecht toekent. In de praktijk zal de behandelaar het instrument legaat gebruiken als de testateur wenst dat een of meer bepaalde goederen of een som geld na zijn overlijden aan een of meer personen moet toekomen. Ook als het de bedoeling van de testateur is dat de begunstigde een beperkt recht, bijvoorbeeld het recht van vruchtgebruik, van zijn gehele nalatenschap, een deel daarvan, of van bepaalde goederen moet krijgen, is een legaat het aangewezen middel.

Zie over uitgebreid over zowel de civiel- als fiscaalrechtelijke kanten van het legaat G.G.B. Boelens, Het legaat, de wisselwerking tussen civiel en fiscaal recht (diss. UL), 2015.

10.4.1.1 Legaat tegen inbreng van de waarde

Het is niet noodzakelijk dat de legataris het gelegateerde goed om niet verkrijgt. De testateur kan bepalen dat de legataris de waarde van het gelegateerde moet vergoeden aan de erfgenamen. Het legaat krijgt dan, economisch gezien, het karakter van een recht van koop. Een legaat tegen inbreng van de waarde is voor de overdrachtsbelasting een verkrijging krachtens erfrecht en derhalve (art. 3 WBR) niet belast.

10.4.1.2 Verschillen met andere uiterste wilsbeschikkingen

Gekozen kan worden uit verschillende soorten testamentaire beschikkingen om vorm te geven aan de wens van de erflater om goederen na zijn overlijden aan bepaalde personen toe te laten komen, maar de alternatieven van het legaat resulteren niet in een vorderingsrecht.
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.