10.2 Herroeping

Vrijwel elk testament vangt aan met de volgende beschikking: ‘Ik herroep alle eerder door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen’ (of woorden van gelijke strekking). Deze – goede – notariële gewoonte heeft als reden dat de behandelaar niet het risico wil lopen dat er eerder gemaakte testamenten zijn, die, om welke reden dan ook, niet aan de behandelaar bekend zijn, maar wel de uitvoering van een nieuw testament in de weg kunnen zitten. Het verdient aanbeveling, ook in de gevallen dat slechts een kleinigheid (bijvoorbeeld een bedrag van een legaat) gewijzigd moet worden, toch de gehele tekst weer in het testament op te nemen. Wel dient in dat geval onderzocht te worden of geen bepalingen in het oude testament (als dat van voor 2003 dateert) voorkomen die in het huidige erfrecht niet meer gemaakt kunnen worden, zoals de ouderlijke boedelverdeling. Ook twijfel omtrent de wilsbekwaamheid ten tijde van het maken van een nieuw testament kan aanleiding zijn om af te wijken van de hoofdregel om eerdere testamenten te herroepen.

Voor het herroepen van uiterste wilsbeschikkingen gelden dezelfde vormvoorschriften als voor het maken van een uiterste wil (art. 4:111). Door deze regel kan een legaat van inboedelgoederen dat gemaakt is bij een notarieel testament worden herroepen bij codicil.

Een algemene herroeping zoals hiervoor bedoeld heeft niet tot gevolg dat wensen omtrent lijkbezorging worden herroepen, als dat wel gewenst is, zal de herroeping daar expliciet melding van moeten maken (art. 19 Wet op de lijkbezorging). Voor beschikkingen inzake orgaandonatie geldt een zelfde regeling.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.