10.18 Niet-vermogensrechtelijke beschikkingen

10.18.1 Testamentaire voogdij en beloning voogd (art. 1:292 en 358 lid 3 tweede volzin)

Zie hierboven onderdeel 2.3.1.3 (MODEL 10.18.1A).

10.18.2 Toestemming tot dan wel bezwaar tegen orgaandonatie (‘donorcodicil’ of ‘donorverklaring’; art. 9 Wet op de orgaandonatie)

In verband met orgaandonatie is van belang het bepaalde in de art. 9 Wet op de orgaandonatie, hierna: Wod (Wet van 24 mei 1996, Stb. 1996, 370, in werking getreden deels op 1 februari 1998, deels op 1 maart 1998 en deels op 1 september 1998, houdende regelen omtrent het ter beschikking stellen van organen). Het initiatiefwetsvoorstel-Dijkstra wijzigt de genoemde artikelen in verband met het opnemen van een actief donorregistratiesysteem (Kamerstukken II 2013/14, 33506). In hoofdstuk 3 van de Wod is het ter beschikking stellen van organen na overlijden geregeld, terwijl in paragraaf 1 van dit hoofdstuk, waarvan de genoemde artikelen deel uitmaken, de regeling van toestemming en bezwaar aan de orde is.

Meerderjarigen en minderjarigen van twaalf jaren of ouder, die in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen ter zake, kunnen toestemming verlenen tot het na hun overlijden verwijderen van hun organen of bepaalde door hen aan te wijzen organen, dan wel daartegen bezwaar maken (art. 9 lid 1 Wod).

De toestemming wordt verleend en het bezwaar gemaakt door het invullen en laten registreren van een donorformulier (art. 9 lid 2 eerste volzin i.v.m. art. 10 Wod). Indien de betrokkene de beslissing over het verwijderen van zijn organen wenst over te laten aan zijn nabestaanden of aan een door hem te bepalen persoon,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.