10.16 Echtscheidingstestament

10.16.1 Inleiding

Zie MODEL 10.16.1A.
Als mensen gaan scheiden of een samenwoningsrelatie verbreken is het meestal niet meer de bedoeling dat ze van elkaar erven.

Zolang de echtscheidingsprocedure nog aanhangig is, is de ex-partner echtgenoot en erft dus – tenzij sprake is van scheiding van tafel en bed – mee, tenzij hij onterfd is (overigens kan een langstlevende echtgenoot in geval van onterving een beroep doen op de zogenaamde andere wettelijke rechten, zie daarover onder 10.16.2).

Als de echtscheidingsprocedure eenmaal is afgerond (door de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking bij de Burgerlijke Stand dan wel de inschrijving van de verklaring bij ontbinding van het geregistreerd partnerschap) dan erft de langstlevende niet meer mee, tenzij in een testament met zoveel woorden anders is bepaald. Zie in dit verband ook het wettelijk vermoeden van art. 4:52.

Ook een samenwoningspartner erft meestal, als gevolg van een voorwaardelijke formulering van de erfstelling in het testament, alleen als er op het moment van het overlijden nog wordt samengewoond.

Als het huwelijk of geregistreerd partnerschap is geëindigd en daarmee de ‘ex’ als erfgenaam uit beeld is, betekent dat niet dat er niets meer geregeld hoeft te worden. Als de kinderen die erven nog minderjarig zijn, heeft de andere ouder over het algemeen in het kader van het ouderlijk gezag het bewind over, en het ouderlijk vruchtgenot van, het door de kinderen geërfde vermogen.

Bovendien is het niet ondenkbaar dat de ‘ex’ en/of eventuele kinderen uit een andere relatie van de ‘ex’ indirect toch nog een deel van de nalatenschap krijgen.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.