10.13 De bij uiterste wil opgerichte stichting

10.13.1 Algemeen

Zie MODEL 10.13.1A.
Bij uiterste wil kan een stichting in het leven worden geroepen (art. 4:135 en art. 2:286 lid 2). Daarbij moet worden onderscheiden in welke vorm van uiterste wil de stichting is opgericht. Alleen de stichting opgericht in een bij een notariële akte gemaakte uiterste wilsbeschikking bestaat vanaf het tijdstip dat de erflater overlijdt.

Indien de stichting wordt opgericht in een uiterste wil, die is opgenomen in een onderhandse akte – zoals een depottestament (art. 4:95) – wordt de beschikking aangemerkt als een aan de gezamenlijke erfgenamen opgelegde last om die stichting op te richten (art. 4:135 lid 2). De reden daarvoor is dat de wetgever beducht is voor onvolkomen statuten nu de stukken niet door een notaris zijn opgesteld. Hetgeen het rechtsverkeer bepaald niet ten goede komt.

Om die reden zal deze conversie ook van toepassing moeten zijn, indien de uiterste wil in het buitenland – waaronder begrepen de Nederlandse Antillen en Aruba – is gemaakt. Ongeacht of dat bij notariële akte is geschied. Bovendien moeten de statuten van de op te richten stichting steeds in het Nederlands luiden (art. 2:286 lid 2). De Nederlandse notaris die de uiterste wil in een vreemde taal verlijdt -hetgeen art. 42 van de Notariswet mogelijk maakt- zal de statuten desondanks in het Nederlands moeten redigeren.

10.13.2 De (testamentaire) last tot oprichting

Naast de op grond van art. 4:135 lid 2 tot last geconverteerde making, bestaat de door de erflater aan erfgenamen en/of legatarissen opgelegde last tot oprichting van een stichting.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.