10.11 Kleinkinderen

10.11.1 Inleiding

Grootouders kunnen aan ieder kleinkind per kalenderjaar belastingvrij een bedrag van
€ 2.147 schenken, en ieder kleinkind kan van iedere grootouder belastingvrij € 20.371 erven. Meer is ook mogelijk, maar dan moet er over het meerdere schenk- of erfbelasting worden betaald naar een schijventarief van 18% (dit geldt voor de eerste € 123.248) en 36% voor het gedeelte van de verkrijging boven de €125.395 (schenkbelasting) respectievelijk € 143.619 (erfbelasting).

Anders dan in het voor 2010 geldende systeem van de ‘oude’ Successiewet is tegenwoordig geen sprake meer van drempelvrijstellingen (die vervallen als meer dan het vrijgestelde bedrag wordt verkregen), maar van voetvrijstellingen; als er meer wordt verkregen dan het vrijgestelde bedrag wordt uitsluitend over dat meerdere belasting geheven.

Alle in 10.11 genoemde bedragen en berekeningen gelden voor 2018, de tarieven voor schenk- en erfbelasting worden in principe elk jaar voor inflatie gecorrigeerd.


Gezien het bovenstaande kan het inschakelen van de kleinkinderen een aardige belastingbesparing opleveren.

De wijze waarop de kleinkinderen worden ingeschakeld varieert enorm en hangt af van een aantal factoren, zoals met name:
1. de omvang van het vermogen van de testateur;
2. het inkomen en vermogen van de kinderen en de schoonkinderen;
3. de leeftijd (en met name volwassenheid) van de kleinkinderen.
Op elk van deze factoren wordt hieronder iets uitgebreider ingegaan.

Ad 1.
Naarmate het vermogen groter is, is ook de belastingbesparing die kan worden behaald doordat het bedrag dat het kleinkind krijgt in mindering komt op de verkrijging van het kind groter (20% van € 20.371 is nu eenmaal meer dan 10% van € 20.371).

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.