9.9 Schenking van registergoederen

Herhaalde malen komt de vraag op of een schenking van onroerende zaken nog steeds moet worden afgeraden: niet om redenen van inkorting wegens schending van de legitieme (inkorting heeft immers geen goederenrechtelijke werking meer), maar vanwege de vernietigbaarheid van een schenking krachtens art. 7:184/185.

Ook in het JBN-themanummer van juni 2003 (p.14) komt deze vraag aan de orde. Blokland adviseert de notaris zich terughoudend op te stellen en liever te kiezen voor een overdracht van de onroerende zaak gevolgd door kwijtschelding van de koopsom. Los van de vraag of deze constructie wel de door Blokland beoogde zekerheid geeft, is een dergelijke terughoudendheid niet nodig.

Tot 1992 kende de oude schenkingstitel een vijftal artikelen betreffende de vernietigbaarheid van schenkingen, te weten art. 1725 t/m 1729 oud BW. Een schenking was vernietigbaar uit hoofde van (1) de niet-vervulling van een voorwaarde, of (2) indien de begiftigde schuldig of medeplichtig was aan een misdrijf jegens de schenker dan wel (3) de begiftigde weigerde de schenker het nodige levensonderhoud te verschaffen (art. 1725 oud BW). Vernietiging vanwege niet-vervulling van een voorwaarde had zakelijke werking, met andere woorden de schenker kon de onroerende zaak terugvorderen vrij van hypotheken etc., ook van een derde (art. 1726 oud BW). De andere gevallen hadden geen zakelijke werking na vervreemding of bezwaring, tenzij deze tot stand kwam na inschrijving van de eis tot tenietdoening in de openbare registers (art. 1727 oud BW).

Met andere woorden: het plegen van een misdrijf door de begiftigde jegens de schenker hetzij voor de vervreemding/bezwaring hetzij na de vervreemding/bezwaring raakte niet de rechten van de derde,
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.