9.6 Giften en het huwelijksvermogensrecht


9.6.1 Inleiding

Het doen van een gift door iemand die in gemeenschap van goederen is gehuwd, resulteert in een schuld van die gemeenschap. De andere echtgenoot kan zich daartegen verweren door de vereiste toestemming als bedoeld in art. 1:88 lid 1 letter b te weigeren dan wel door, indien de gift toch is geschied, de gift op de voet van art. 1:89 te vernietigen. Voor giften aan iemand die in gemeenschap van goederen gehuwd is, geldt dat die in de gemeenschap valt tenzij de zogenaamde uitsluitingsclausule bij de gift is gemaakt, waarover hierna in onderdeel 9.10.4 meer.

In dit onderdeel komt het toestemmingsvereiste aan de orde en enkele aspecten van giften in relatie tot de huwelijksgemeenschap en huwelijkse voorwaarden met verrekenbedingen.

9.6.2 Toestemming als bedoeld in art. 1:88

Art. 1:88 lid 1 letter b brengt giften als bedoeld in art. 7:186 lid 2 onder het toestemmingsvereiste. Zie voor wat onder gift valt onderdeel 9.2.1. Het toestemmingsvereiste van art. 1:88 impliceert een beperking in de handelingsbevoegdheid en niet in de handelingsbekwaamheid. Indien toestemming ontbreekt, is de rechtshandeling geldig, doch aantastbaar.

Slechts bepaalde rechtshandelingen kunnen niet dan met toestemming van de andere echtgenoot onaantastbaar worden verricht, ongeacht onder welk huwelijksgoederenregime men gehuwd is.

Wanneer voor de rechtshandeling een vorm is voorgeschreven, dan dient de vereiste toestemming schriftelijk te worden verleend (lid 3). Deze regel heeft wat giften betreft vooral betekenis voor de giften ter zake des doods, die op grond van art.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.