9.5 Inbreng van giften

9.5.1 Algemeen

Bij het doen van een gift moet aandacht worden besteed aan de rechtsfiguur inbreng. Bij de verdeling van de nalatenschap zijn de erfgenamen verplicht de waarde van de aan hen gedane giften in te brengen, voor zover de erflater dit heeft bepaald. Deze inbrengverplichting houdt in dat bij de verdeling de waarde van de gift in mindering komt van het aandeel van de tot inbreng verplichte erfgenaam in het hem en de erfgenamen, te wier behoeve de inbreng verplicht is, uit de nalatenschap toekomende gedeelte, vermeerderd met de onderling in te brengen bedragen. Zie art. 4:229 en 233. Men zou de in te brengen gift als een voorschot op het erfdeel kunnen beschouwen. Van de inbreng gaat een nivellerende werking uit: de erfgenamen ontvangen, zoveel mogelijk, een gelijke portie uit de fictieve massa die bestaat uit het saldo van de nalatenschap en de in te brengen giften.

Voorbeeld. Erflater A laat als erfgenamen achter zijn twee kinderen B en C. A schonk ooit aan B een bedrag van 100 en verklaarde deze gift aan inbreng onderhevig. A laat een banksaldo van 200 na. De fictieve nalatenschap bestaat uit 200 + 100 = 300. Conclusie: B verkrijgt 50 uit de reële nalatenschap, C ontvangt daaruit 150.

Inbreng is een verdelingshandeling. Het heeft weliswaar een andere verdeling tot gevolg, maar het zorgt niet voor een wijziging in de erfdelen. De breukdelen waarvoor de erfgenamen jegens de schuldeisers der nalatenschap aansprakelijk zijn, blijven onaangeroerd. Zie art.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.