9.3 Vormvoorschriften

9.3.1 Inleiding

Sinds 1 januari 2003 bestaan voor schenkingen geen vormvoorschriften, behalve wanneer het schenkingen ter zake des doods betreft en wanneer de schenker het geschonkene onder bewind wil stellen (vgl. art. 7:177 en art. 7:182 lid 1).

Bij de schenking ter zake des doods geldt als eis dat de schenking door de schenker persoonlijk is aangegaan en dat van de schenking een notariële akte is opgemaakt. Zie art. 7:177.

Onder het oude schenkingsrecht werd onderscheid gemaakt tussen de formele schenkingen enerzijds en de materiële schenkingen anderzijds. Dit onderscheid valt grofweg te vergelijken met thans de schenkingen enerzijds en de giften anderzijds. Bij de formele schenkingen bestond — op straffe van nietigheid — het vereiste van de notariële akte, behalve wanneer het een schenking van hand tot hand betrof. Overigens kon een niet bij notariële akte gedane schenkingsbelofte door de erfgenamen van de schenker worden bekrachtigd.

In onderdeel 9.3 komen slechts de schenkingen en giften ter zake des doods aan de orde, aangezien voor de overige bevoordelingen geen vormvoorschriften meer gelden (behalve het hiervoor reeds genoemde geval waarin de schenker het geschonkene onder bewind wenst te stellen).

9.3.2 Inhoud der vormvoorschriften

9.3.2.1 Notariële akte

Van de schenking ter zake des doods moet een notariële akte worden opgemaakt. Deze eis staat in art. 7:177 lid 1. De sanctie is verval van de schenking, respectievelijk vernietigbaarheid van de gift.

De eis van de notariële akte strekt zich uit over zowel het aanbod als de aanvaarding.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.