9.10 Bijzondere bepalingen

9.10.1 Tweetrapsschenkingen

9.10.1.1 Inleiding

Art. 7:181 lid 2 maakt duidelijk dat een tweetrapsschenking gemaakt kan worden. In het bijzonder de estate-planners zullen blij zijn met het behoud van deze mogelijkheid. De regeling doet sterk denken aan die van art. 4:56.

Lid 1 van art. 7:181 handelt over de bestaanseis: een aanbod tot schenking dat door de dood van de aanbieder niet vervalt, kan niet worden aanvaard door iemand die op het tijdstip van overlijden van de aanbieder nog niet bestond. Deze bestaanseis geldt volgens lid 2 van art. 7:181 niet indien de schenker heeft bepaald:
a. dat hetgeen hij schenkt ‘aan een afstammeling van zijn vader of moeder’, bij het overlijden van die afstammeling of op een eerder tijdstip zal ten deel vallen aan diens alsdan bestaande afstammelingen staaksgewijze;
b. dat hetgeen hij aan iemand schenkt, bij het overlijden van de begiftigde of op een eerder tijdstip zal ten deel vallen aan een afstammeling van een ‘ouder’ van de schenker, en tevens dat, indien die afstammeling dat tijdstip niet overleeft, diens alsdan bestaande afstammelingen staaksgewijze in diens plaats zullen treden;
c. dat hetgeen de begiftigde van het hem geschonkene bij zijn overlijden of op een eerder tijdstip onverteerd zal hebben gelaten, alsdan zal ten deel vallen aan een dan bestaande bloedverwant van de schenker in de erfelijke graad.

9.10.1.2 Toepasselijke bepalingen

Art. 7:180 bepaalt dat op schenkingen onder een ontbindende voorwaarde en een daarbij aansluitende schenking onder opschortende voorwaarde de art.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.