9.1 Inleiding

Sinds 1 januari 2003 prijkt er een nieuwe titel 3 in Boek 7 BW, getiteld ‘Schenking’. Gelijk met de invoering van het huidige erfrecht heeft de wetgever ook het schenkingsrecht vernieuwd.

Strikt genomen had als opschrift van Titel 7.3 ook voor ‘Giften’ kunnen worden gekozen, aangezien de gift het overkoepelende begrip is. In art. 7:186 lid 2 wordt dat als volgt verwoord:
‘Als gift wordt aangemerkt iedere handeling die er toe strekt dat degeen die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt. 
Een species van de gift vormt de schenking:’
 ‘Schenking is de overeenkomst om niet, die ertoe strekt dat de ene partij, de schenker, ten koste van eigen vermogen de andere partij, de begiftigde, verrijkt.’ 

De schenking is uitvoerig geregeld in art. 7:175 e.v. Deze wettelijke bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op andere giften dan schenkingen, voor zover de strekking van de betrokken bepalingen in verband met de aard van de handeling zich daartegen niet verzet (zie hierover onderdeel 9.2.2).

9.1.1 Opzet van dit hoofdstuk

 

Alle praktische kanten van de giften komen in dit hoofdstuk aan de orde, waarbij soms de fiscaliteit wordt aangestipt. Voor verdergaande beschouwingen over de fiscale aspecten wordt verwezen naar hoofdstuk 11, in het bijzonder onderdeel 11.8.

Dit hoofdstuk is als volgt ingedeeld:
• 9.2 Wel of geen gift?
• 9.3 Vormvoorschriften
• 9.4 Giften en legitieme portie
• 9.5 Inbreng van giften
• 9.6 Giften en het huwelijksvermogensrecht
• 9.7 Papieren schenkingen
• 9.8 Schenking lijfrente
• 9.9 Schenking van registergoederen
• 9.10 Bijzondere bepalingen,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.