11.8 Inkomen uit aanmerkelijk belang

In de Wet IB 2001 worden de inkomsten uit aanmerkelijk belang belast via box 2. Het betreft inkomsten uit aandelen waarin de belastingplichtige een zodanig belang heeft, dat niet kan worden volstaan met een forfaitaire heffing in box 3. De aanmerkelijkbelanghouder is in de regel zo nauw betrokken bij de vennootschap waarin hij dit belang heeft, dat hij in staat is of zou kunnen zijn invloed uit te oefenen op de dividendpolitiek van de vennootschap, waardoor de heffingsgrondslag voor de inkomstenbelasting zou kunnen worden gemanipuleerd.

Onder inkomen uit aanmerkelijk belang wordt verstaan het gezamenlijk bedrag van de voordelen die worden getrokken uit tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen (reguliere voordelen), verminderd met de aftrekbare kosten en de voordelen die worden behaald bij de vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen, of bij de vervreemding van een gedeelte van de in deze aandelen of winstbewijzen besloten liggende rechten. Een en ander verminderd met de persoonsgebonden aftrek.

De aanmerkelijkbelangregeling is omvangrijk en complex. In dit handboek wordt slechts aandacht geschonken aan die aspecten van de regeling die verband houden met (familie)relaties.

11.8.1 Het begrip aanmerkelijk belang

Van een aanmerkelijk belang is sprake, indien een belastingplichtige, al dan niet tezamen met zijn partner, direct of indirect (art. 4.6 Wet IB 2001):
– voor ten minste 5% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is in een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld;
– rechten heeft om direct of indirect aandelen te verwerven tot ten minste 5% van het geplaatste kapitaal (koopopties);

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.