11.7 Inkomsten uit de eigen woning

Belastbare inkomsten uit eigen woning worden voor de heffing van inkomstenbelasting meegenomen in box 1. Dit is een politieke keuze, de woning is immers een vermogensbestanddeel dat naar haar aard thuishoort in box 3. Er is gekozen voor de onderbrenging van de eigen woning in box 1 bij de inkomsten uit werk en woning, zodat de rente betaald voor de eigenwoningschuld in aftrek kan worden gebracht op het progressief belaste inkomen.

De belastbare inkomsten uit eigen woning zijn de voordelen uit eigen woning (het eigenwoningforfait) verminderd met de op de voordelen uit eigen woning drukkende aftrekbare kosten (art. 3.110 Wet IB 2001). Tot de voordelen worden ook gerekend de voordelen uit kapitaalverzekering eigen woning, uit spaarrekening eigen woning en uit beleggingsrecht eigen woning (art. 10bis.3 Wet IB 2001).

Na de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 is het bereik van de eigenwoningregeling meerdere keren ingeperkt (beperking van de periode voor renteaftrek tot dertig jaar, introductie van de bijleenregeling, afschaffing van de goedkoperwonenregeling en de introductie van het hogere percentage in het eigenwoningforfait voor woningen met een WOZ-waarde boven € 1.000.000). Per 1 januari 2013 is een pakket aan maatregelen ingevoerd dat voorziet in de verdere beperking van renteaftrek voor eigenwoningschulden. Het begrip eigenwoningschuld is aangepast; ‘nieuwe’ geldleningen aangegaan op of na 1 januari 2013 kwalificeren alleen nog als eigenwoningschuld als een annuïtaire aflossing in maximaal dertig jaren is afgesproken. Voorts wordt het percentage waartegen de aftrek van rente over een eigenwoningschuld geschiedt, jaarlijks verlaagd en is het niet langer mogelijk om belastingvrij voor de aflossing van de eigenwoningschuld te sparen via een gefaciliteerd spaarproduct in box 1,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.