11.6 Resultaat uit overige werkzaamheden

Ingevolge art. 3.90 Wet IB 2001 wordt belast het resultaat uit een of meer werkzaamheden die niet kunnen worden aangemerkt als winst of loon, maar voortvloeien uit enige andere vorm van arbeid. Het moet daarbij gaan om arbeid verricht in het economische verkeer waarbij voordeel wordt beoogd en dit voordeel ook redelijkerwijs te verwachten is. Het uitoefenen van een hobby of het op een normale wijze beheren van vermogen vallen hier dus niet onder.

De werkzaamheden waarop de bepalingen inzake resultaat uit overige werkzaamheden zien, vallen grofweg uiteen in twee groepen. Enerzijds kan worden gedacht aan het incidenteel geven van adviezen, het verrichten van freelance werkzaamheden, of het behalen van winst door handel in onroerende zaken op een wijze die normaal actief vermogensbeheer te buiten gaat (bijvoorbeeld indien een woning wordt aangekocht, opgeknapt en vervolgens met winst wordt doorverkocht). Anderzijds is in art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001 bepaald dat ook het rendabel maken van vermogen door bestanddelen daarvan ter beschikking te stellen aan een onderneming onder omstandigheden als een werkzaamheid wordt aangemerkt.

Voor het bepalen van de omvang van het resultaat uit een werkzaamheid wordt blijkens art. 3.95 Wet IB 2001 aangesloten bij de regels van het winstregime. Daarbij kunnen niet alle regels onverkort worden toegepast. Zo zijn op genieters van resultaat uit overige werkzaamheden bijvoorbeeld niet alle ondernemingsfaciliteiten van toepassing verklaard.


11.6.1 Rendabel maken van vermogen (art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001)

In het kader van familievermogensrecht zijn met name de regelingen betreffende rendabel maken van vermogen interessant.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.