11.10 Echtscheiding

De uitkeringen die in het kader van een echtscheiding worden gedaan, kunnen fiscale gevolgen hebben. De uitkeringen die als alimentatie worden gedaan aan de ex-echtgenoot zijn aftrekbaar bij de betaler (als persoonsgebonden aftrekpost) respectievelijk belastbaar bij de ontvanger. De contante waarde van de toekomstige alimentatiebetalingen vermindert niet de rendementsgrondslag van de betaler in box 3. Onder onderhoudsverplichtingen die een persoonsgebonden aftrekpost opleveren voor de betaler ervan worden ook begrepen afkoopsommen van bijdragen in levensonderhoud (art. 6.3 lid 1 onder b Wet IB 2001) voldaan aan de gewezen echtgenoot. Via art. 2 AWR is deze bepaling van overeenkomstige toepassing bij een afkoopsom in verband met beëindiging van een geregistreerd partnerschap. De bepaling geldt echter niet voor ongehuwde samenwoners die hun relatie beëindigen met een afkoopsom. Zie over afkoop van alimentatie verder onderdeel 11.10.5.

De zogeheten kinderalimentatie is gedefiscaliseerd, hetgeen betekent dat de ontvanger daarover geen belasting hoeft te betalen en dat de betaler de bedragen niet kan aftrekken, zie art. 3.101 lid 1 onder b jo. art. 6.3 lid 1 onder a Wet IB 2001.

Voor ongehuwde partners bestaat geen wettelijk recht op alimentatie. Als de ex-partner zich gedwongen voelt de ander in diens levensonderhoud te ondersteunen, kan dit wel tot een aftrekbare respectievelijk belastbare uitkering leiden. Een dergelijke morele verplichting kan worden omgezet in een rechtens afdwingbare verplichting. In dat geval zijn de betalingen voor de betaler aftrekbaar en bij de ontvanger belast (zie art. 6.3 lid 1 onder f jo. 3.101 lid 1 onder c Wet IB 2001).

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.