7.12 Wet bevordering voortgezet ouderschap

Door invoering van de Wet bevordering voortgezet ouderschap op 1 maart 2009 is het echtscheidingsrecht veranderd. Vanaf dat moment is het niet meer mogelijk om het huwelijk om te zetten in een geregistreerd partnerschap (was art. 1:77a BW) en dat geregistreerd partnerschap vervolgens te beëindigen zonder rechterlijke tussenkomst (art. 1:80d BW). Hiermee is een einde gekomen aan de flitsscheiding.

Maar het belangrijkste onderdeel van de nieuwe wet is de verplichting voor ouders die willen scheiden en samen het gezag hebben over hun minderjarige kinderen, om een ouderschapsplan op te stellen. Deze verplichting geldt ook voor samenwonende ouders die uit elkaar gaan.

7.12.1 Gevolgen invoering Wet bevordering voortgezet ouderschap

De gevolgen van de invoering van de Wet bevordering voortgezet ouderschap zijn:
– een scheiding van gehuwden kan slechts via de rechter geschieden;
– beëindiging van een geregistreerd partnerschap waarbij de partners het gezamenlijk gezag hebben over minderjarige kinderen van (één van) hen, kan slechts via de rechter geschieden;
– gehuwden of geregistreerde partners met (een) minderjarig(e) kind(eren) waarover zij gezamenlijk het gezag uitoefenen, zijn verplicht om een ouderschapsplan op te stellen bij echtscheiding, scheiding van tafel en bed of beëindiging van het geregistreerd partnerschap;
– samenwoners die uit elkaar gaan en gezamenlijk gezag hebben over gemeenschappelijke minderjarige kinderen zijn verplicht een ouderschapsplan op te stellen.

7.12.2 Ouderschapsplan: wettelijk kader

Ouders mét minderjarige kinderen (jonger dan 18 jaar) zullen via de rechter moeten scheiden. Bij het verzoekschrift tot echtscheiding dient een ouderschapsplan te worden ingediend.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.