3.4 Mentorschap

3.4.1 Inleiding

Zie de modellen in onderdeel 3.6.

De invoering op 1 januari 1995 van titel 20 boek 1 BW inhoudende het mentorschap is vooral toe te schrijven aan de toegenomen aandacht voor de niet-vermogensrechtelijke belangen van meerderjarige wilsonbekwamen.

Op 1 april 1995 werd de Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) ingevoerd als species van de in boek 7 BW geregelde figuur van de opdracht. Deze wet codificeert een aantal patiëntenrechten en bevat in art. 7:465 ook een voorziening voor de situatie dat de patiënt of zorgvrager niet in staat is een rechtsgeldige toestemming te geven aan de zorgaanbieder waardoor geen zorgovereenkomst tot stand komt. Het bovenvermelde artikel geeft bij wilsonbekwaamheid van de patiënt de partner of een van de ouders, kinderen, broers of zussen de bevoegdheid hun wilsonbekwame partner of familielid te vertegenwoordigen. Een benoeming door de rechter is niet vereist. Dit leidt ertoe dat in een aantal situaties van zorg aan een wilsonbekwame geen benoeming van een mentor is vereist, omdat er een onbenoemde vertegenwoordiger is.

Het mentorschap beperkt zich tot de niet-vermogensrechtelijke belangen van de meerderjarige. Te denken valt hierbij aan behandeling, verpleging, verzorging en begeleiding. Een mentor heeft dus geen beslissingsbevoegdheid waar het gaat om het verkopen van het huis of het beleggen van aandelen. Mentorschap kan worden gecombineerd met beschermingsbewind.

Bij het beantwoorden van een vraag naar de wenselijkheid van een mentorschap of bij het geven van een advies in die richting dient de notaris op enkele punten te letten.
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.