10.7 Duitsland – voor 17 augustus 2015

De wijze waarop een internationale nalatenschap vererft en dient te worden afgewikkeld is niet alleen afhankelijk van het Nederlandse internationaal privaatrecht. Telkens zal ook moeten worden bezien welk recht dient te worden toegepast volgens het internationaal privaatrecht van het land waar zich nalatenschapsvermogen bevindt.

In dit onderdeel staat Duitsland centraal. De Duitse alsmede de hiervoor besproken Nederlandse regels van internationaal erfrecht zoals deze gelden voor nalatenschappen die vóór 17 augustus 2015 zijn opengevallen worden uiteengezet aan de hand van enkele veel voorkomende praktijksituaties: de Nederlander met onroerend (vakantiehuis) en roerend (bankrekening) vermogen in Duitsland en de Duitser met dergelijk vermogen in Nederland. Zowel de situatie zonder als met testament komt aan bod, waarbij voor de laatste situatie onderscheid wordt gemaakt tussen het geval waarin een (geldige) rechtskeuze is uitgebracht en het geval waarin deze ontbreekt.

Zie over de hoofdlijnen van het internationaal erfrecht in Duitsland voor 17 augustus 2015 ook J.G. Knot, Internationale boedelafwikkeling. Over het toepasselijke recht op de afwikkeling van nalatenschappen (diss. Groningen 2008), p. 127-141. Zie voor de regeling ten aanzien van nalatenschappen die op of na 17 augustus 2015 zijn opgevallen onderdeel 10.12.

10.7.1 Nederlander met vermogen in Duitsland en gewone verblijfplaats in Nederland

10.7.1.1 Duits internationaal privaatrecht

Het Duitse internationaal erfrecht hanteert het eenheidsstelsel. Dit betekent dat in de Duitse regels van internationaal erfrecht geen onderscheid wordt gemaakt tussen het toepasselijke recht op onroerende en dat op roerende zaken.
Het als toepasselijk aangewezen recht beheerst zowel de vererving als de afwikkeling van de nalatenschap.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.