10.6 België – voor 1 oktober 2004

De wijze waarop een internationale nalatenschap vererft en dient te worden afgewikkeld is niet alleen afhankelijk van het Nederlandse internationaal privaatrecht. Telkens zal ook moeten worden bezien welk recht dient te worden toegepast volgens het internationaal privaatrecht van het land waar zich nalatenschapsvermogen bevindt.

België heeft een Wetboek van internationaal privaatrecht. Dit wetboek is op 1 oktober 2004 in werking getreden. De oude regels van Belgisch internationaal erfrecht blijven echter van toepassing op nalatenschappen die voor 1 oktober 2004 zijn opengevallen. De hieronder volgende beschrijving is gebaseerd op deze oude regels. Voor de regeling van het wetboek, van toepassing op nalatenschappen die na 1 oktober 2004 en vóór 17 augustus 2015 zijn opengevallen, dient u onderdeel 10.5 te raadplegen.

In dit onderdeel staat België (de regeling voor 1 oktober 2004) centraal. De Belgische alsmede de hiervoor besproken Nederlandse regels van internationaal erfrecht worden uiteengezet aan de hand van enkele veel voorkomende praktijksituaties: de Nederlander met onroerend (vakantiehuis) en roerend (bankrekening) vermogen in België en de Belg met dergelijk vermogen in Nederland. Zowel de situatie zonder als met testament komt aan bod, waarbij voor de laatste situatie onderscheid wordt gemaakt tussen het geval waarin een (geldige) rechtskeuze is uitgebracht en het geval waarin deze ontbreekt.

10.6.1 Nederlander met vermogen in België en gewone verblijfplaats in Nederland

10.6.1.1 Belgisch internationaal privaatrecht

Het Belgische internationaal erfrecht hanteert het splitsingsstelsel. Dit betekent dat België aparte erfrechtelijke verwijzingsregels kent voor roerende en onroerende zaken. Gevolg is dat meerdere deelnalatenschappen kunnen ontstaan,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.