10.4 Nederlands internationaal erfrecht voor 17 augustus 2015

10.4.1 Wetten en verdragen

Voor het in Nederland tot en met 16 augustus 2015 geldende internationaal erfrecht zijn drie regelingen van bijzonder belang. In de eerste plaats is dat het Haags Testamentsvormenverdrag uit 1961 (Trb. 1980, 54). Dit verdrag regelt de formele geldigheid – dat wil zeggen: de geldigheid van de vorm – van testamentaire beschikkingen.
In de tweede plaats is er het Haags Erfrechtverdrag uit 1989 (Trb. 1994, 49 en 168). Hierin worden regels gegeven over het toepasselijke recht op de erfopvolging.
Daarnaast is er nog titel 12 (art. 145-152) van Boek 10 BW (Stb. 2011, 272). Per 17 augustus 2015 zijn de bepalingen uit deze titel, in verband met de komst van de Erfrechtverordening, gewijzigd. Waar hierna specifiek aan de oude bepalingen uit titel 12 wordt gerefereerd, zal aan het artikelnummer het woord ‘oud’ worden toegevoegd. In de oude titel 12 van Boek 10 BW werd enerzijds bepaald dat het Haags Erfrechtverdrag 1989, dat nog niet in werking is getreden, voor Nederland van toepassing is en anderzijds werd daarin een aantal zaken waarop het Haags Erfrechtverdrag 1989 niet ziet, zoals de afwikkeling van nalatenschappen, geregeld. Uitvoerige behandeling van de conflictregels uit de genoemde regelingen volgt hieronder.

Met de inwerkingtreding van Boek 10 BW per 1 januari 2012 is haar voorloper op erfrechtelijk vlak, de Wet conflictenrecht erfopvolging (Stb. 1996, 457), ingetrokken. Zie over de gevolgen van de inwerkingtreding van Boek 10 BW voor het Nederlands internationaal erfrecht J.G.
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.