10.3 Europees internationaal erfrecht

10.3.1 Europese Erfrechtverordening

Op 4 juli 2012 is ‘Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring’ (PbEU 2012, L 201/107) vastgesteld. Deze Europese Erfrechtverordening harmoniseert de regels van internationaal erfrecht in de lidstaten van de Europese Unie. Niet alleen het conflictenrecht, maar ook de rechtsmacht en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen en authentieke akten inzake de erfopvolging worden geregeld. Bovendien voorziet de verordening in de introductie van een Europese verklaring van erfrecht.

Zie over de verordening onder meer ook het themanummer ‘Nieuw IPR-Erfrecht: de Erfrechtverordening’, WPNR 7024 (2014), welke bijdragen tevens zijn opgenomen in P. Vlas e.a., De Erfrechtverordening (WPNR-boekenreeks), Den Haag: Sdu 2014, het themanummer ‘Europese Erfrechtverordening en de notariële praktijk’, TE 2015/4 en het themanummer ‘De Europese Erfrechtverordening’, FTV 2015 (september).

10.3.1.1 Temporeel toepassingsgebied

De verordening is al op 16 augustus 2012 in werking getreden, maar is pas van toepassing op de erfopvolging van personen die op of na 17 augustus 2015 zijn overleden (art. 83 lid 1). Nalatenschappen opengevallen vóór laatstgenoemde datum worden beheerst door de oude verwijzingsregels van Boek 10 BW en door het Haags Erfrechtverdrag 1989.

Zie hierover onderdeel 10.4.

10.3.1.2 Materieel toepassingsgebied

Het materiële toepassingsgebied,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.