6.8 De legitieme portie

6.8.1 Inleiding; gehanteerde begrippen

Bij de boedelafwikkeling kan de behandelaar geconfronteerd worden met het bestaan van legitimarissen. Dit kan hem blijken uit eigen onderzoek, doordat een legitimaris zich bij hem meldt of doordat een andere persoon (erfgenaam, langstlevende) hem attendeert op het bestaan van legitimarissen. Zie onderdeel 6.8.10 over de informatieverplichtingen van de notaris.
Naast het reguliere onderzoek (zie onderdeel 2.1.2) zal de behandelaar dan tevens aandacht moeten besteden aan een (mogelijk) beroep op de legitieme.
Niet alleen de samenstelling en de omvang van de nalatenschap is van belang voor de beantwoording van de vraag of de legitieme portie is geschonden, maar ook eventueel in het verleden gedane giften. Daarom zal de behandelaar ook onderzoek moeten doen naar in het verleden gedane giften om de legitieme vast te kunnen stellen. Giften vergroten aan de ene kant de omvang van de legitimaire massa. Aan de andere kant komen aan een legitimaris gedane giften in mindering op diens legitieme portie.
Vragen die hierbij beantwoord moeten worden zijn: Welke giften zijn relevant en welke niet (zie onderdeel 6.8.4.4 en 5)? Welke waarde moet aan de verschillende giften worden gegeven (zie onderdeel 6.8.4.6)?

De volgende begrippen kunnen als hulpmiddel worden gebruikt bij het beantwoorden van de vraag of, en, zo ja, in welke omvang legitimarissen aanspraak kunnen maken op de hun toekomende legitieme portie:

• de legitimarissen (zie onderdeel 6.8.2);
• de legitimaire breuk (zie onderdeel 6.8.3);
• de legitimaire massa (zie onderdeel 6.8.4);

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.