6.7 De andere wettelijke rechten

6.7.1 Inleiding

In hoofdstuk 2 wordt de standaardafwikkeling van een boedel onder nieuw erfrecht beschreven. Hoofdstuk 2 verschaft de volgende relevante informatie:
• Het eerste contact (onderdeel 2.1.1);
• De eerste informatie (onderdeel 2.1.2);
• Het eerste gesprek (onderdeel 2.1.3);
• De recherche (onderdeel 2.1.4);
• Het benaderen van de erfgenamen (onderdeel 2.1.6);
• Het vervaardigen van een verklaring van erfrecht (onderdeel 2.1.8).

In dit onderdeel (6.7) komt de situatie aan de orde dat er ander wettelijk gerechtigden zijn.
Van groot belang is dat de behandelaar zich van de dwingendrechtelijke aard van deze rechten gewaar is. Zie art. 1:121 lid 3 en art. 4:41. De erflater kan op geen enkele wijze afdoen aan de andere wettelijke rechten.
Een goed voorbeeld daarvan vormt de uitspraak van Hof Arnhem 20 mei 2008, onderdeel 9.4.2.177 (Vruchtgebruiklegaat en verzorgingsvruchtgebruik). Ook wanneer een langstlevende echtgenoot is begunstigd bij uiterste wil (door bijvoorbeeld een vruchtgebruiklegaat), is het mogelijk gebruik te maken van de andere wettelijke rechten van art. 4:29 en 30.

6.7.1.1 Inventarisatie andere wettelijke rechten

Bij boedelafwikkelingen zal de behandelaar moeten onderzoeken of er wellicht andere wettelijke rechten, als bedoeld in afdeling 4.3.2, spelen en wat hiervan de consequenties zijn.
Als is geconstateerd dat een ander wettelijk recht ingeroepen kan worden, zal de vraag beantwoord moeten worden wie de aanspraak heeft, jegens wie het andere wettelijke recht geldend kan worden gemaakt, hoelang dit kan en op welke wijze dat moet.
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.