6.6 Wilsrechten

6.6.1 Inleiding

In dit hoofdstuk zal worden beschreven welke taak de notaris heeft, indien hij bij de boedelafwikkeling wordt geconfronteerd met wilsrechten.
Het kan daarbij zowel gaan om wilsrechten die verbonden zijn aan reeds bestaande geldvorderingen van de overige erfgenamen, na overlijden van één der ouders, alsook om wilsrechten, die ontstaan ten gevolge van het overlijden van de langstlevende ouder of van de stiefouder. Het ontstaan van de geldvorderingen van de overige erfgenamen in het kader van de wettelijke verdeling en het al dan niet verbonden zijn van wilsrechten aan deze geldvorderingen, is reeds beschreven in hoofdstuk 3 (met name de onderdelen 3.3.8 e.v.). In dit hoofdstuk zal slechts zijdelings aandacht worden besteed aan de gevolgen van de aanwezigheid van wilsrechten in andere situaties dan de boedelafwikkeling.

6.6.1.1 Welke wilsrechten spelen?

Aan de geldvorderingen van de overige erfgenamen ontstaan in het kader van de wettelijke verdeling, kunnen onder omstandigheden wilsrechten zijn verbonden. Wilsrechten geven een claim op – een recht op overdracht van – goederen (al dan niet onder voorbehoud van een vruchtgebruik ten behoeve van de langstlevende echtgenoot), die deel hebben uitgemaakt van de ontbonden gemeenschap van goederen/nalatenschap van de eigen ouder.
In drie situaties kan een wilsrecht worden uitgeoefend bij het overlijden van de eigen ouder of de stiefouder (de wilsrechten van de art. 4:20, 21 en 22).
Daarnaast kent de wet een wilsrecht toe aan de overige erfgenamen, wanneer de langstlevende ouder aangifte doet van zijn voornemen opnieuw een huwelijk aan te gaan (art.
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.