6.3 Termijn van beraad, (beneficiaire) aanvaarding en verwerping

6.3.1 Inleiding

Nadat de voorlichting over de te maken keuze heeft plaatsgevonden, zullen de erfgenamen hun keuze kenbaar maken. In de meeste gevallen zal zonder veel aarzeling zuiver worden aanvaard. Maar het komt met regelmaat voor dat erfgenamen beneficiair aanvaarden of verwerpen. (Zie MODEL 6.3.1A, MODEL 6.3.1B, MODEL 6.3.1C en MODEL 6.3.1D).

Soms gebeurt dat omdat men daartoe verplicht is zoals in het geval van een wettelijke vertegenwoordiger (art. 4:193). Maar ook andere redenen kunnen daaraan ten grondslag liggen, zoals bijvoorbeeld wanneer een tekort dreigt of men de legitieme portie in contanten wenst te ontvangen (art. 4:63 lid 3).

Voorafgaand aan het uitbrengen van de keuze zullen de erfgenamen zich beraden over de uit te brengen keuze. Daartoe verschaft de wet hun de mogelijkheid door de termijn van beraad van drie maanden (art. 4:185).

Nogal eens wordt het maken van een keuze uitgesteld. De bedoeling is dan dat men de keuzemogelijkheid niet verspeelt: mocht de nalatenschap in financieel opzicht tegenvallen, dan kan men nog altijd beneficiair aanvaarden of verwerpen. Men dient zich echter voldoende te realiseren dat de zuivere aanvaarding ook plaatsvindt indien men zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt doordat hij overeenkomsten aangaat strekkende tot vervreemding of bezwaring van goederen van de nalatenschap of deze op andere wijze aan het verhaal van schuldeisers onttrekt (art. 4:192 lid 1).

In dit kader wordt gewezen op de tuchtrechtuitspraak van Hof Amsterdam 5 oktober 2010,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.