6.19 Het codicil


6.19.1 Inleiding

Veruit de meeste uiterste wilsbeschikkingen worden gemaakt bij notariële uiterste wil. Voor dergelijke beschikkingen gelden de eisen die zijn neergelegd in de Wet op het notarisambt. Een beperkt aantal beschikkingen echter kan eveneens geschieden bij codicil. Dit is een onderhands, door de erflater geheel met de hand geschreven, gedagtekend en ondertekend stuk. Als aan deze drie vereisten is voldaan, gelden geen verdere formaliteiten zoals de tussenkomst van een notaris. Zie art. 4:97. Voor het codicil geldt een bijzondere bepaling inzake de herroeping, waarvoor wordt verwezen naar onderdeel 6.19.4.

Op niet-vermogensrechtelijke uiterste wilsbeschikkingen zoals die inzake de lijkbezorging en de orgaandonatie, wordt hier niet in het bijzonder ingegaan.

Het oude erfrecht kende in art. 982 een met art. 4:97 vergelijkbare regeling, met één opvallend verschil. Onder oud recht kon bij codicil een executeur worden benoemd, naar nieuw recht is dat niet mogelijk. Zie over deze executeursbenoeming bij een onder oud recht gemaakt codicil onderdeel 6.19.5.


6.19.2 Inhoud van het codicil

Blijkens art. 4:97 kunnen bij codicil beschikkingen worden gemaakt tot:
‘a. het maken van legaten van:
1. kleren, lijfstoebehoren en bepaalde lijfsieraden;
2. bepaalde tot de inboedel behorende zaken en bepaalde boeken;
b. bepaling dat goederen, bedoeld onder a, buiten een huwelijksgemeenschap vallen;
c. aanwijzing van een persoon als bedoeld in artikel 25, tweede en vierde lid, van de Auteurswet 1912 en artikel 5,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.