6.14 Herstel van gebreken (groep van gerechtigde erfgenamen blijkt anders samengesteld)

6.14.1 Inleiding

Mogelijk is dat de groep van erfgenamen anders is samengesteld:
• er zijn erfgenamen over het hoofd gezien;
• personen zijn ten onrechte als erfgenamen beschouwd.
In dit onderdeel wordt ook de situatie behandeld waarin een erfgenaam komt te overlijden en de behandelaar geen kennis van dit feit krijgt.

Dit kan erin resulteren dat de groep van erfgenamen groter, gelijk of kleiner is, maar in ieder geval anders is samengesteld. 
In hoeverre een nieuw feit de afwikkeling extra compliceert, hangt af van de stand van de afwikkeling van de nalatenschap. Het spreekt voor zich dat de problemen die dan opkomen het grootst zijn als de nalatenschap reeds is verdeeld.

Zie over de deontologische aspecten bij een boedel met onvindbare, onzekere, onduidelijke of onwillige erfgenamen ook W.D. Kolkman, Deontologische dilemma’s in het erfrecht, Preadvies KNB 2010, p. 155 e.v.

In alle gevallen zal dit feit direct moeten worden gemeld bij de bekende erfgenamen. Het beste is daarin precies uit de doeken te doen waarom een vergissing is gemaakt.

Er kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen aan het verkeerd inschatten van de groep van erfgenamen:
• het bestaan van een recentere uiterste wil;
• het niet geregistreerd zijn van erfgenamen in de Registers van de burgerlijke stand/GBA;
• het verkeerd toepassen van de in een uiterste wil neergelegde beschikkingen van de erflater;
• het verkeerd toepassen van het erfrecht bij versterf;
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.