6.13 Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden

6.13.1 Inleiding

In dit onderdeel worden enkele praktische problemen behandeld die opkomen als een bij de afwikkeling van de nalatenschap betrokken persoon afwezig is, wordt vermist dan wel waarschijnlijk overleden is.
Mogelijk is dat een persoon wordt vermist en zijn bestaan onzeker is geworden. De vraag is vanaf welk moment sprake is van een opengevallen nalatenschap. Bij de afwikkeling van een nalatenschap kan het echter ook voorkomen dat een of meer erfgenamen afwezig zijn of vermist worden dan wel dat hun bestaan onzeker is. Ook in dat geval zal de afwikkeling van de nalatenschap ter hand genomen moeten kunnen worden.

Drie aspecten spelen bij deze twee situaties een rol. In de eerste plaats kan men zich afvragen hoe het zit met (rechts)handelingen die noodzakelijk en spoedeisend zijn. Zie hierover onderdeel 6.13.2. In de tweede plaats zal de nalatenschap voor het overige moeten worden beheerd totdat duidelijkheid bestaat over de vererving. Zie hierover onderdeel 6.13.3. In de derde plaats zal uiteindelijk duidelijkheid omtrent de vererving moeten komen. Ook hier kan de vraag gesteld worden welke mogelijkheden de behandelaar hieromtrent heeft. Zie hierover onderdeel 6.13.4.

Opgemerkt zij dat men als erflater problemen in de sfeer van afwezigheid of vermissing kan voorkomen door een executeur te benoemen of een afwikkelingsbewind in te stellen.

Zie over de deontologische aspecten bij een boedel met onvindbare, onzekere, onduidelijke of onwillige erfgenamen ook W.D. Kolkman, Deontologische dilemma’s in het erfrecht,
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.