6.12 Testamentair bewind

6.12.1 Algemeen

6.12.1.1 Inleiding

Tot welke handelingen dient een boedelbehandelaar over te gaan wanneer hij geconfronteerd wordt met een testamentair bewind? Dit hoofdstuk geeft daarop een antwoord. Het beschrijft de stappen die de behandelaar moet volgen, met als leidraad de uitgebreide regeling van afdeling 5.7 van Boek 4. Het hoofdstuk belicht de rol van de bewindvoerder en die van de rechthebbende tot de onder bewind gestelde goederen (de legataris of erfgenaam). Voorts wordt aandacht geschonken aan de omvangrijke taak die voor de kantonrechter is weggelegd bij het testamentair bewind.
Hoewel vele facetten van het testamentair bewind buiten de boedelafwikkeling om gaan, is het toch nuttig geacht de uiterst technische regeling hier te bespreken. Zie voor het afwikkelingsbewind en de quasi-wettelijke verdeling onderdeel 5.4.

6.12.1.2 Toepasselijke regelingen

6.12.1.2.1 Algemeen

Wordt men geconfronteerd met een testamentair bewind, dan dient men drie regelingen in acht te nemen die voor de invulling van het bewind van belang kunnen zijn. In de eerste plaats kleurt uiteraard de uiterste wil het bewind in. In de tweede plaats dient men te putten uit afdeling 5.7 van Boek 4. Dateert de uiterste wilsbeschikking van voor 1 januari 2003, dan speelt als derde component het overgangsrecht en wellicht het oude Boek 4.

Is er sprake van een minderjarige verkrijger, dan dient men na te gaan welke regeling de testateur in zijn testament heeft getroffen. Hij kan een bewindvoerder hebben aangewezen die in plaats van de wettelijke vertegenwoordiger het bewind over de goederen van de minderjarige zal voeren (een bewindvoerder in de zin van art.
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.