6.11 De executeur

In hoofdstuk 2 wordt de standaardafwikkeling van een boedel onder nieuw erfrecht beschreven. Hoofdstuk 2 verschaft de volgende relevante informatie: het eerste contact (onderdeel 2.1.1);  de eerste informatie (onderdeel 2.1.2); het eerste gesprek (onderdeel 2.1.3); de recherche (onderdeel 2.1.4); het benaderen van de erfgenamen (onderdeel 2.1.6); 
het vervaardigen van een verklaring van erfrecht (onderdeel 2.1.8). In dit onderdeel (6.11) komt de situatie aan de orde dat er een executeur is benoemd.

Zie over de deontologische aspecten van de notariële rol bij de executele uitgebreid W.D. Kolkman, Deontologische dilemma’s in het erfrecht, Preadvies KNB 2010, p. 180 e.v. Zie verder over het tuchtrecht ook onderdeel 9.1 (onder meer onderdeel 9.1.3 en 9.1.14).


6.11.1 Inleiding

Uit het standaard te verrichten onderzoek kan blijken dat er één of meer executeur(s) zijn benoemd. Op grond van het huidige erfrecht kan een executeursbenoeming alleen bij uiterste wilsbeschikking geschieden (art. 4:142 lid 1). De behandelaar zal echter ook alert moeten zijn op onder het oude erfrecht gemaakte codicillen. Executeursbenoemingen vervat in een onder oud recht opgemaakt codicil zijn namelijk ook geldig (art. 79 Ow). Wanneer van de aanwijzing van een executeur blijkt, zullen de erfgenamen en de executeur hiervan op de hoogte moeten worden gesteld en zullen de consequenties hiervan moeten worden gemeld (MODEL 6.11.1A en MODEL 6.11.1B).
Ook is de behandelaar verplicht in de verklaring van erfrecht op te nemen of het beheer van de nalatenschap aan een executeur is opgedragen en wat zijn bevoegdheden zijn (art.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.