7.9 De onderneming

Bedrijfsoverdrachten staan in de belangstelling van de politiek, zowel in Nederland als in Europees verband. Uit onderzoek van de Europese commissie is gebleken dat ten minste tien procent van alle faillissementen van Europese bedrijven wordt veroorzaakt door een slechte of totaal afwezige planning van de opvolging. Als men weet dat alleen in Nederland al 18.000 bedrijfsoverdrachten per jaar worden verwacht, ziet men het belang van een zorgvuldig geplande en begeleide overdracht (zie het rapport ‘Bedrijfsoverdracht: continuïteit door fiscaliteit’ ministerie van Financiën juli 2004, WDB 2004-00420M).
In dit onderdeel wordt aandacht besteed aan de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Wet inkomstenbelasting 2001 en in de Successiewet.

7.9.1 De onderneming in de inkomstenbelasting

Indien de IB-ondernemer overlijdt, eindigt zijn ondernemerschap en wordt zijn (subjectieve) onderneming gestaakt. De ondernemer wordt geacht onmiddellijk voor zijn overlijden het vermogen van zijn onderneming te hebben overgedragen aan degene aan wie dit vermogen krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht toekomt. Deze fiscale overdracht geschiedt tegen de waarde in het economische verkeer (art. 3.58 lid 1 Wet IB 2001), met een bijzondere regeling voor de eigen woning in lid 3 van art. 3.58 Wet IB 2001, zie hierna.
De fictieve overdracht van het ondernemingsvermogen brengt in beginsel mee dat de ondernemer fiscaal moet afrekenen over de stille reserves, waaronder ook eventuele goodwill, en de fiscale reserves die in het ondernemingsvermogen aanwezig waren bij het overlijden van de ondernemer. De fiscale reserves betreffen de egalisatiereserve, de herinvesteringsreserve en de oudedagsreserve van art. 3.53 Wet IB 2001, alsmede de terugkeerreserve van art.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.