7.7 Rente

In het kader van boedelafwikkeling is de component rente van belang, zowel voor de heffing van erfbelasting als voor de heffing van inkomstenbelasting. Ofschoon in de onderdelen over de wettelijke verdeling en ouderlijke boedelverdeling de renteaspecten reeds aan de orde zijn geweest, bestaat bij auteurs de behoefte de gevolgen voor erf- en inkomstenbelasting omtrent renteaspecten bij boedelafwikkeling in een apart onderdeel te behandelen, zodat u in één onderdeel een overzicht hebt van het geheel.

7.7.1 Renteaspecten van de boedelafwikkeling in de Wet IB 2001

Ontvangen rente wordt in de regel als inkomen aangemerkt; betaling van rente leidt doorgaans tot een aftrekpost voor de heffing van inkomstenbelasting. De Wet IB 2001 maakt een inbreuk op deze vuistregel. Rente op schulden is slechts aftrekbaar indien de schuld kan worden toegerekend aan een vermogensbestanddeel dat inkomen genereert in box 1 of box 2. Schulden die kunnen worden toegerekend aan box 1 betreffen bijvoorbeeld ondernemingsschulden, eigenwoningschulden of schulden die zijn aangegaan ter financiering van een werkzaamheid. Schulden die zijn aangegaan om aanmerkelijkbelangaandelen te verwerven, worden in aanmerking genomen in box 2. Wanneer een schuld is aangegaan ter verwerving van een vermogensbestanddeel dat in box 3 wordt belast, dan is de rente op deze schuld niet aftrekbaar, maar komt de schuld zelf in aftrek voor de bepaling van de rendementsgrondslag van box 3.
Rente is aftrekbaar indien deze is betaald, verrekend, ter beschikking is gesteld of rentedragend is geworden (art. 3.147 jo. art. 4.44 Wet IB 2001).

Op deze fiscale behandeling van vorderingen en schulden wordt een inbreuk gemaakt voor de vorderingen en schulden die zijn ontstaan bij de verdeling van een nalatenschap.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.