7.5 Enkele bijzondere testamentaire bepalingen

7.5.1 Vrij van recht

In art. 36 SW 1956 is bepaald dat de belasting wordt geheven van de verkrijger. Indien op grond van een door de erflater of de schenker gemaakte bepaling de verschuldigde belasting geheel of gedeeltelijk ten laste wordt gebracht van een ander dan de verkrijger, wordt de verkrijger extra bevoordeeld. Een dergelijke schenking of making wordt genoemd vrij van recht en leidt tot een bijzondere berekening van de verschuldigde belasting. Let op, er blijft staan dat de belasting wordt geheven van de verkrijger. Een verkrijging vrij van recht leidt ertoe dat de verkrijger de verschuldigde belasting kan verhalen op een ander.
Met de extra bevoordeling wordt bij de heffing rekening gehouden, de netto-verkrijging moet worden gebruteerd. Teneinde ingewikkelde algebraïsche berekeningen te voorkomen, was een regeling voor de berekening van de extra bevoordeling opgenomen in art. 5 SW. Deze bepaling hield in dat slechts eenmaal rekening werd gehouden met het voordeel voor de begiftigde dat hij niet zelf het verschuldigde recht hoefde te betalen. Hierdoor ontstond rekenkundig een voordeel, waarvan vooral gebruik werd gemaakt als de testateur legaten vrij van recht aan personen vermaakte die erfbelasting verschuldigd zijn naar het hoge tarief van (de oude) tariefgroep III. Een maximaal resultaat werd bereikt door een goeddoel-instelling te benoemen tot erfgenaam, die de legaten vrij van recht uitkeerde aan de legatarissen en aan wie (als dank voor de verrichte werkzaamheden) als erfgenaam een bedrag resteerde.
Na ophef in de media over het verlaagde tarief voor schenk- en erfbelasting dat door goeddoel-instellingen verschuldigd is ter zake van hun verkrijgingen krachtens schenking of erfrecht zijn met ingang van 1 januari 2006 de verkrijgingen door goed-doelinstellingen geheel vrijgesteld voor de schenk- en erfbelasting en destijds ook nog voor het recht van overgang (zie ook 7.5.4).

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.