7.3 Ouderlijke boedelverdeling

Bij een testament met een ouderlijke boedelverdeling worden alle goederen toegedeeld aan de langstlevende echtgenoot krachtens art. 4:1167 (oud), nu nog geldig ex art. 79 Ow. De langstlevende echtgenoot wordt hierdoor overbedeeld en moet de kinderen hun erfdeel in de vorm van een bedrag in contanten schuldig erkennen. Deze schulderkenning is, behoudens enkele opeisbaarheidsgronden, niet eerder opeisbaar dan bij het overlijden van de langstlevende. De overbedelingsschuld draagt in de regel een enkelvoudige rente. Deze wordt niet betaald, maar jaarlijks bijgeschreven bij de hoofdsom zonder dat de rente op zichzelf weer rentedragend wordt.
In oudere testamentvormen komt men veelal de wettelijke rente tegen als maatstaf voor de hoogte van de bij te schrijven rente. In testamenten met een ouderlijke boedelverdeling van recentere datum wordt steeds vaker de renteformulering gebruikt die is afgeleid van het arrest van de Hoge Raad van 11 juli 1989, nr. 25735, BNB 1989/260.

Dit arrest leerde dat indien over de schulden wegens overbedeling een rente is verschuldigd, die pas opeisbaar is bij het overlijden van de overbedeelde erfgenaam, deze erfgenaam wordt geacht een vruchtgebruik van de schuldig erkende bedragen te genieten. Voor de waardering van het vruchtgebruik over de vorderingen moet de enkelvoudige rente worden teruggerekend naar een samengestelde rente. Bedraagt deze samengestelde rente minder dan 6%, dan wordt in zoverre aangenomen dat de schuldenaar het genot heeft in de vorm van een vruchtgebruik van de geldsom.

De in het arrest neergelegde rekenregel die moet worden gehanteerd om de verschuldigde enkelvoudige rente terug te rekenen naar een samengestelde rente,

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.