7.2 Wettelijke verdeling

Sinds 1 januari 2003 geldt de wettelijke verdeling als versterferfrecht indien de erflater een echtgenoot en een of meer kinderen als erfgenaam achterlaat en geen uiterste wilsbeschikking heeft gemaakt waarin van de wettelijke verdeling wordt afgeweken (art. 4:13). De langstlevende echtgenoot verkrijgt van rechtswege alle goederen van de nalatenschap onder de verplichting de schulden van de nalatenschap te voldoen. De kinderen krijgen een vordering op de langstlevende echtgenoot ter grootte van hun erfdeel. Deze vordering is pas opeisbaar bij het overlijden of een faillissement / schuldsanering van de langstlevende echtgenoot en in de door de erflater bij uiterste wilsbeschikking bepaalde gevallen (art. 4:13 lid 3). Omdat de vordering beperkt opeisbaar is, ontvangen de kinderen een vergoeding over de uitstaande vordering die jaarlijks enkelvoudig op de vordering wordt bijgeschreven. De vergoeding bedraagt een percentage dat wettelijk is vastgesteld op dat van de wettelijke rente voor zover dit percentage hoger is dan zes (art. 4:13 lid 4).
De vergoeding wordt over de oorspronkelijke hoofdsom berekend per jaar vanaf de dag waarop de nalatenschap is opengevallen. De langstlevende echtgenoot en de kinderen kunnen in onderling overleg afwijken van deze vergoeding; zij kunnen zelfs afwijken van de door de erflater bij testament bepaalde vergoeding (art. 4:13 lid 4, Kamerstukken II 1996/97, 17141, nr. 21, p. 15).
De langstlevende echtgenoot kan binnen drie maanden na het openvallen van de nalatenschap de wettelijke verdeling ongedaan maken door middel van een verklaring bij notariële akte, binnen die termijn gevolgd door inschrijving in het boedelregister (art.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.