7.13 Belegd vermogen

In dit onderdeel komt aan de orde de heffing van inkomstenbelasting in box 3, namelijk over het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen bij binnenlands belastingplichtigen.


7.13.1 Belegd vermogen in de inkomstenbelasting

De wet belast in box 3 de inkomsten die niet in box 1 of box 2 vallen. In de wet is de regeling opgenomen in hoofdstuk 5. De wet bevat ook in hoofdstuk 2, genaamd ‘Raamwerk’, een aantal van belang zijnde bepalingen, waaronder de toerekeningsregels. In een besluit van 16 februari 2012, nr. BLKB2012/137M, heeft de Staatssecretaris van Financiën een aantal vragen beantwoord inzake het inkomen uit sparen en beleggen.
Box 3 heeft evenals de beide andere boxen een zelfstandig karakter en een eigen tarief. Verliesverrekening met het inkomen uit de andere boxen is niet mogelijk. In het algemeen geldt dat het uiteindelijke voordeel uit sparen en beleggen nooit een negatief bedrag kan zijn.
De heffing in box 3 staat bekend als forfaitaire rendementsheffing, omdat de wet niet uitgaat van het werkelijke rendement van de tot box 3 behorende vermogensbestanddelen, maar van een door de wet forfaitair bepaald rendement, dat de vermogensbestanddelen in box 3 worden verondersteld op te brengen.
Het door de wet vastgestelde forfaitaire rendement is netto. Aftrek van kosten is niet mogelijk.
Het voordeel (rendement) uit sparen en beleggen wordt forfaitair gesteld op 4% van de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar (peildatum), voor zover deze meer bedraagt dan het heffingsvrije vermogen (art.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.