7.1 Inleiding

Een sterk toegenomen belangstelling voor de estate planningspraktijk en dus ook voor de boedelafwikkeling, met als katalysator het erfrecht, verklaren de idee voor het opstellen van een handleiding bij de boedelafwikkeling. De fiscale aspecten spelen daarbij een belangrijke rol. De cliënt verwacht immers dat ook dat onderdeel van het recht in de boedelafwikkeling wordt betrokken.
Nadrukkelijk is beoogd geen fiscaal handboek te schrijven, maar een handleiding bij de boedelafwikkeling; degene die zich met de boedelafwikkeling bezighoudt, wordt ondersteund waar het de fiscale aspecten betreft.
Er is gekozen voor een volgorde in de beschrijving van de verschillende onderdelen die het terugvinden zo eenvoudig mogelijk maakt. De indeling is daarom als volgt: eerst is de partnerregeling beschreven zowel voor de Wet IB 2001 als voor de Successiewet. In de onderdelen 7.2, 7.3 en 7.4 komen de wettelijke verdeling, de ouderlijke boedelverdeling en het vruchtgebruik aan de orde. In onderdeel 7.5 worden de fiscale aspecten van enkele bijzondere testamentaire bepalingen beschreven en voorwaardelijke verkrijgingen. De defiscalisering en de inkomstenbelastingaspecten van rente zijn opgenomen in de onderdelen 7.6 en 7.7.
Daarna volgen de onderdelen met enkele specifieke bepalingen uit de Successiewet en de behandeling van bijzondere vermogensbestanddelen in de nalatenschap zoals een onderneming, aandelen die als een aanmerkelijk belang kwalificeren, ter beschikking gesteld vermogen, de eigen woning en belegd vermogen. Onderdeel 7.14 bevat tot slot diverse onderwerpen, bijvoorbeeld de fiscale positie van de executeur en de ruilverkaveling in de boedelafwikkeling.

Jurisprudentie en wetgeving zijn verwerkt tot 1 oktober 2015.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.