2.4 Het uitkeren van voorschotten

Het tussentijds uitkeren van voorschotten kan gewenst zijn. De vraag is wat het uitkeren van een voorschot juridisch betekent en of dat zomaar is toegestaan. Het uitkeren van een voorschot is te beschouwen als een partiële verdeling. Daarvoor is vereist dat alle erfgenamen medewerking verlenen (HR 9 november 1990, NJ 1992, 213). Dat betekent dat de notaris niet bevoegd is eventueel onder hem berustende boedelgelden enkel op verzoek van een erfgenaam bij wijze van voorschot uit te keren. Dit is slechts toegestaan indien alle erfgenamen hiermee instemmen.

 Zie in verband hiermee ook de tuchtrechtuitspraken in de onderdelen 9.2.2 (instantie onbekend, vermoedelijk 1982, WPNR 5621 (1982)), 9.2.25 (Hof Amsterdam 5 april 1990, WPNR 6003 (1991)), 9.2.31 (Hof Amsterdam 25 april 1991, WPNR 6052 (1992)), 9.2.42 (Hof Amsterdam 21 mei 1992, WPNR 6066 (1992)), 9.2.49 (Hof Amsterdam 6 mei 1993, nr. 4/93), 9.2.101 (Hof Amsterdam 4 november 1999, WPNR 6401 (2000)), en Hof Amsterdam 7 juni 2011, LJN BQ9866) en Hof Amsterdam 28 december 2010, LJN BO9071. 


Met het uitkeren van voorschotten moet voorzichtig worden omgegaan. Indien achteraf mocht blijken dat er teveel aan voorschot is uitbetaald, kan het lastig zijn om de erfgenamen te vragen het te veel als voorschot uitbetaalde bedrag te restitueren. Het beste is in een brief (MODEL 2.4A) de erfgenamen voor te leggen of een voorschot uitbetaald kan worden en daarin alvast een voorlopige berekening te maken van hetgeen vermoedelijk per saldo voor elke erfgenaam overblijft (MODEL 2.4B). 

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.