2.3 Het voeren van beheer en het verrichten van beschikkingshandelingen

2.3.1 Het voeren van het beheer over de nalatenschap

Het voeren van beheer over de nalatenschap kan bestaan uit een breed scala aan (rechts)handelingen:
• het innen van vorderingen, waaronder begrepen banktegoeden;
• het bijhouden van mutaties;
• het betalen van lopende schulden;
• het nemen van rechtsmaatregelen tot behoud en bescherming van nalatenschapsgoederen, zoals het stuiten van de verjaring, het aanspraak maken op betaling van schulden, het feitelijk gebieden en verbieden van handelingen met betrekking tot nalatenschapsgoederen etc.;
• het opzeggen van abonnementen en andere overeenkomsten;
• het verrichten van noodzakelijke en spoedeisende handelingen;
• het periodiek informeren van de erfgenamen over de stand van de afwikkeling en eventuele incidenten;
• etc.

Het zal afhangen van de volmacht aan de behandelaar hoe ver zijn verplichtingen en daarmee gepaard gaande bevoegdheden strekken. Aangenomen mag worden dat de behandelaar ten aanzien van het beheer van de nalatenschap zo min mogelijk risico behoort te nemen in het belang van de gerechtigden.

Zo zal het in de meeste gevallen van wijs beleid getuigen eventueel tot de nalatenschap behorende aandelenportefeuilles of andere risicovolle beleggingen direct te verkopen op de opbrengst op een andere, minder risicovolle wijze te beleggen.

Schulden mogen in het algemeen niet zonder instemming van de erfgenamen worden betaald.

Zie hieromtrent ook de tuchtrechtuitspraak in onderdeel 9.2.2 instantie onbekend, vermoedelijk 1982, WPNR 5621 (1982)). Zie verder over het tuchtrecht ook onderdeel 9.1.16 en 17.
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.