2.2 Van verklaring van erfrecht tot en met aanslag erfbelasting

2.2.1 Inleiding

Indien de verklaring van erfrecht eenmaal is afgegeven, dient zich het traject aan naar het doen van aangifte voor de erfbelasting. Vooraleer de definitieve afwikkeling (de verdeling van de goederen) aangevangen kan worden, zal immers duidelijkheid moeten bestaan over de verschuldigde erfbelasting. Daarvoor is nodig dat de nalatenschap wordt geïnventariseerd en gewaardeerd.
Het feit van overlijden wordt structureel aan de belastingdienst doorgegeven. Het Centraal testamentenregister verschaft de belastingdienst informatie over het door overlijden effect sorterende testament. De belastingdienst pleegt vervolgens de notaris om toezending van het testament ter registratie te verzoeken. Als de notaris kennis draagt van het overlijden moet hij zelf (ongevraagd) het testament ter registratie aanbieden en wel binnen één maand daarna, op grond van art. 4 Registratiewet 1970.

De behandelaar zal aan zijn opdrachtgevers duidelijk moeten maken of het verzorgen van de aangifte erfbelasting in de hem verleende opdracht begrepen is. Als de notaris zich de successieaangifte aantrekt, dan kan hij ook verantwoordelijk worden gehouden voor de afhandeling daarvan.

In het hierna volgende worden slechts enkele formele aspecten van het doen van aangifte voor de erfbelasting behandeld. Voor een meer uitgebreide behandeling van de fiscale aspecten van boedelafwikkeling zie hoofdstuk 7. Zie over het tuchtrecht onder meer onderdeel 9.1.15.

Vanaf 20 april 2015 is het digitale aangifteprogramma voor de erfbelasting beschikbaar te gebruiken voor personen die vanaf het jaar 2015 zijn overleden. Zie: https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/programmas_en_formulieren/digitale-aangifte-erfbelasting-2018. 

2.2.2 Aangifte of niet?

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.