5.4 Afwikkelingsbewind en quasi-wettelijke verdeling

5.4.1 Algemeen

In hoofdstuk 2 wordt de standaardafwikkeling van een boedel onder nieuw erfrecht beschreven. De aldaar geschetste basishandelingen gelden ook voor de afwikkeling bij een quasi-wettelijke verdeling of een ander afwikkelingsbewind.
Hoofdstuk 2 verschaft de volgende relevante informatie:
• het eerste contact (onderdeel 2.1.1);
• de eerste informatie (onderdeel 2.1.2);
• het eerste gesprek (onderdeel 2.1.3);
• de recherche (onderdeel 2.1.4);
• het benaderen van de erfgenamen (onderdeel 2.1.6);
• het vervaardigen van een verklaring van erfrecht (onderdeel 2.1.8).

In dit onderdeel (5.4) komt de bijzondere afwikkelingsvariant aan bod waarbij een afwikkelingsbewindvoerder de touwtjes in handen heeft. Het onderdeel is als volgt ingedeeld:
• Algemeen (onderdeel 5.4.1);
• Verplichtingen bij aanvang van en tijdens het afwikkelingsbewind (onderdeel 5.4.2);
• Einde van het afwikkelingsbewind (onderdeel 5.4.3);
• Bevoegdheden aangaande het afwikkelingsbewindsvermogen (onderdeel 5.4.4);
• Schema wettelijke bevoegdheden en verplichtingen erfgenamen (onderdeel 5.4.5);
• Schema wettelijke bevoegdheden en verplichtingen afwikkelingsbewindvoerder (onderdeel 5.4.6).
Tot welke handelingen dient een boedelbehandelaar over te gaan wanneer hij geconfronteerd wordt met een afwikkelingsbewind? Onderdeel 5.4 geeft daarop een antwoord. Het beschrijft de stappen die de behandelaar moet volgen, met als leidraad de uitgebreide regeling van afdeling 5.7 van Boek 4.
Een afwikkelingsbewindvoerder kan door de testateur bekleed zijn met de bevoegdheid ‘eigenhandig’ de verdeling tot stand te brengen. De bewindvoerder heeft in dat geval voor beschikkingshandelingen noch toestemming van de rechthebbenden nodig, noch machtiging van de kantonrechter.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.