5.3 Wettelijke vereffening door benoemde vereffenaar

5.3.1 Inleiding

In hoofdstuk 2 wordt de standaardafwikkeling van een boedel beschreven. De aldaar geschetste basishandelingen gelden voor met merendeel ook bij de vereffening door een benoemde vereffenaar. Hoofdstuk 2 verschaft de volgende relevante informatie:
– Het eerste contact (onderdeel 2.1.1);
– De eerste informatie (onderdeel 2.1.2);
– Het eerste gesprek (onderdeel 2.1.3);
– De recherche (onderdeel 2.1.4);
– Het benaderen van de erfgenamen (onderdeel 2.1.6);
– Het vervaardigen van een verklaring van erfrecht (onderdeel 2.1.8).

In dit onderdeel komt de procedure van afd. 4.6.3 aan bod, zoals de benoemde vereffenaar deze dient te volgen. Op grond van art. 3:193 en art. 4:203-205 kan de rechtbank een vereffenaar van een nalatenschap benoemen. Zie MODEL 5.3.1A, MODEL 5.3.1B, MODEL 5.3.1C en MODEL 5.3.1D en onderdeel 5.3.3. De wettelijke vereffening door een benoemde vereffenaar wijkt wezenlijk af van de vereffening door beneficiair aanvaardende erfgenamen. Zie met name art. 4:221. Voor een algemene, inlichtende brief aan de erfgenamen zie MODEL 5.3.1E.

Zie onderdeel 6.21 voor het geval waarin de erflater failliet is, in de schuldsanering zit of in surseance van betaling verkeert. Het verdient aanbeveling dat bij aanvang van de boedelafwikkeling wordt nagegaan of een van deze rechtsfiguren op de erflater van toepassing is (raadplegen Insolventieregister). Het faillissement, respectievelijk de schuldsanering lopen na het overlijden van de failliet of saniet door. Voor een verzoek tot de benoeming van een wettelijke vereffenaar lijkt op dat moment nog geen plaats te zijn (vergelijk Hof ’s-Gravenhage 7 december 2005,
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.