5.1 Algemeen

In dit hoofdstuk komt een drietal bijzondere boedelafwikkelingen aan bod:
– Wettelijke vereffening door erfgenamen (onderdeel 5.2)
– Wettelijke vereffening door benoemde vereffenaar (onderdeel 5.3)
– Afwikkelingsbewind en quasi-wettelijke verdeling (onderdeel 5.4)

De hieronder volgende onderdelen 5.1.1-5.1.3 vormen een algemene inleiding bij de onderdelen 5.2 en 5.3 (de wettelijke vereffening). Zij zien met name op de vraag wanneer de wettelijke vereffening van toepassing is.

In hoofdstuk 9, met name in onderdeel 9.4.2, is een omvangrijke hoeveelheid (lagere) jurisprudentie opgenomen die betrekking heeft op de wettelijke vereffeningsprocedure.

5.1.1 Inleiding wettelijke vereffening

In afdeling 6.3 van Boek 4 is een uitgebreide regeling neergelegd van de vereffening van een nalatenschap. Deze regeling is van toepassing op de nalatenschap die door een of meer erfgenamen beneficiair is aanvaard, alsmede wanneer de rechtbank op verzoek een vereffenaar heeft benoemd (zie het schema in onderdeel 5.1.3). Deze tweedeling treft men ook in dit onderdeel aan:
– wettelijke vereffening door erfgenamen (‘lichte vereffening’, onderdeel 5.2);
– wettelijke vereffening door de benoemde vereffenaar (‘zware vereffening’, onderdeel 5.3).

Men dient goed voor ogen te houden dat van de drie soorten vereffenaars die het erfrecht kent, er nimmer meer dan één in functie kan zijn:
1. De ‘laagste’ soort van vereffenaars is de executeur. Aanvankelijk stond de executeur genoemd in afdeling 4.6.3 (art. 4:202 e.v.), maar in een later stadium is hij naar een eigen regeling verhuisd. Thans bepaalt art. 4:149 lid 1 sub d dat de taak van een executeur eindigt wanneer de nalatenschap overeenkomstig afdeling 4.6.3 moet worden vereffend.
Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.