11.7 Testament


11.7.1 Beschikkingsvrijheid

De eigenaar heeft de meest uitgebreide machten en bevoegdheden over zijn vermogen. Hij heeft het recht om op de meest volstrekte wijze van de zaak het genot te hebben en daarover te beschikken (ius utendi, fruendi et abutendi). De absolute beschikkingsvrijheid bestaat echter niet. Zo kan de eigenaar geen gebruik maken van zijn eigendom op een wijze die strijdig is met wetten en verordeningen (art. 544 Belg. BW). De pauliaanse vordering en vergelijkbare acties zien er op toe dat handelingen die zijn verricht met de bedoeling de schuldeisers een neus te zetten, niet tegen zulke schuldeiser zullen kunnen worden ingeroepen. De voor onze materie belangrijkste beperking aan de beschikkingsvrijheid volgt uit de erfrechtelijke reserve. Deze vormt een betonnen muur, en werd besproken in onderdeel 11.6. Daarnaast zijn er nog een aantal andere (erfrechtelijke) beperkingen aan de contractsvrijheid, die hierna kort worden toegelicht.


11.7.1.1 Verboden erfovereenkomst

Zo is het verboden om over een nalatenschap die nog niet is opengevallen enig beding te maken, zelfs niet met toestemming van de erflater (art. 1130 Belg. BW). Dit verbod op erfovereenkomsten is van openbare orde en vormt derhalve een belangrijke beperking op de beschikkingsvrijheid van een erflater. Indien dergelijke overeenkomst wordt afgesloten, dan is zij nietig. Het moet gaan om een (eventueel ook eenzijdig) beding dat een verbintenis ten aanzien van een toekomstige nalatenschap tot gevolg heeft. Een daadwerkelijke verbintenis is vereist, en dus niet een loutere belofte.

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.