11.6 Reservatair erfrecht


11.6.1 Zin en onzin van de reserve of legitieme portie

De beschikkingsvrijheid van een eigenaar over zijn vermogen wordt op diverse wijzen beperkt. Naast correctiemechanismen ten behoeve van schuldeisers, vormt de erfrechtelijke reserve (in Nederland legitieme portie) de belangrijkste beperking van deze vrijheid. Beschikken om niet over het vermogen of bestanddelen daarvan, bij wijze van schenking (onderdeel 11.8) of testament (onderdeel 11.7), wordt aan banden gelegd ten behoeve van dierbaren waarvan de wetgever meent dat deze een beschermd of voorbehouden (gereserveerd) recht op een deel van het vermogen moeten hebben. Alle handelingen om niet worden getoetst ten aanzien van het totale vermogen en zodra bepaalde grenzen worden overschreden (het zgn. beschikbaar deel), is een correctie mogelijk op grond van de reservebescherming (vordering tot inkorting). De reserve garandeert immers voor bepaalde dichte familieleden dat zij na het overlijden een deel van het vermogen zullen ontvangen.

De reserve biedt een mooie illustratie van de moeilijke en delicate belangenafweging die rechtsregels moeten tot stand brengen. Het belang van familieleden om een deel van het vermogen te krijgen, en hun gelijke behandeling, staat tegenover het belang van een persoon om vrij en naar goeddunken te kunnen beschikken over zijn vermogen, ook kosteloos. Dit conflict komt duidelijk tot uiting in de parlementaire discussies en debatten op het einde van de achttiende eeuw, voorafgaand aan de invoering van de Code Napoléon in 1804. Hier leest men hoe de revolutionaire wetgever een afweging poogde te maken tussen de égalité (van de kinderen) en de liberté (van vermogensbeschikking).

Om toegang te krijgen tot deze pagina, moet u een abonnement nemen.